Tuinpad van mijn vader

De hoge loofbomen, aan weerszijden van het tuinpad, vangen slechts een beetje wind. De boeren stoeien op hun landerijen met het drogende gras. De koeien grazen echter onverstoorbaar verder. Als het vee in de zomer naar buiten is, worden de stallen schoongemaakt om daar boter en kaas te maken. Op de verharde weg rijdt spaarzaam en langzaam het verkeer.

De voorstelling ‘Tuinpad van mijn vader’ speelt in de jaren ’50. Bep woont met haar familie op de boerderij in de polder. Het verhaal van het boerenleven wordt verteld door ‘Bep’ (Bep = Brenda, is zelf boerendochter en vertelt dus uit eigen ervaring).

Bep vertelt over haar penvriendin uit de grote stad, over niet op vakantie gaan in de jaren ’50, over het populaire koningshuis van toen en over nog veel meer. Ook Marlijntje (handpop) speelt een bescheiden rol in de voorstelling.

Het verhaal speelt zich af na de oorlog, toen geluk nog heel gewoon was. De sfeer van vroeger, het leven op de boerderij, zorgt dat de herinnering aan de tijd van weleer naar boven komt. Een voorstelling over fijne kleren, enge beesten en vieze handen.